13-12 Houthakkers

Na een stormachtige periode vol disputenstrijd zijn we inmiddels in een rustiger vaarwater terecht gekomen. Desalniettemin kijken we terug op een zeer geslaagde periode. Traditiegetrouw begon de eerste borrel met het zich voorstellen van de genodigde vrouwen. Om ze wat meer op hun gemak te laten voelen mochten ze daarbij op een stoel gaan staan terwijl alle ogen op hen gericht waren. Natuurlijk werd er ook aan de maagjes gedacht en was het tijd voor een hapje eten.

Daarna deden we net alsof we sportief waren. Optimisme is een schone zaak maar je moet het niet overdrijven. In een vlaag van absolute absentie van enige zelfkennis hadden we voor de Braziliaanse vecht-dans als activiteit gekozen. Daar zouden we wel eens even onze lenige, soepele en gestroomlijnde lichamen gecontroleerd door de lucht dirigeren; onze bewegingen zouden ondanks de krachtinspanningen schijnbaar moeiteloos en elegant het spel creëren dat Capoeira heet.

Even later was de zaal gevuld met nette rijtjes. Nette rijtjes houthakkers die met betonblokken aan hun benen door een moeras heen aan het baggeren waren en ondertussen, vechtend tegen de zwaartekracht, wild om zich heen grepen in de hoop iets van houvast te vinden waarmee zij zich uit hun benarde positie konden bevrijden. Schichtig om zich heen kijkend, met de tong op de knieën en terwijl de zilte pareltjes zweet hun ogen deden branden, worstelden zij zich door het uurtje Capoeira heen.

Tot opluchting van allen stond vadertje Plato al klaar om zijn kinderkes tot bedaren te brengen en hun verschrompelde strotjes te bevochtigen met het goudgele gerstenat. Ons gekrenkte zelfvertrouwen bloeide langzaam weer op nu we in een omgeving waren waar onze bijzondere motoriek wél tot zijn recht kwam en ook nog eens gewaardeerd werd door de mannen van Veni Vidi Bibi. Het feit dat vele Balagannekes op een tafel konden staan zonder de tanden uit hun mond te vallen en dat Anke even een adtje vleermuis klapte bewees dat we wél de zwaartekracht de baas waren. Tijdens de tweede borrel werd dit nog eens benadrukt toen we samen met onze zwart-gele mannelijke medemens Donar luidruchtig door de bus heen aan het freestylen waren. Net als met rodeo is het gebruikelijk om hierbij slechts één hand te gebruiken, daar men in de regel de andere hand altijd vrij dient te houden voor een biertje.

De borrels zijn achter de rug en het kaf is van het koren gescheiden. We zijn drie guitige PrèBs rijker. Dat rooie dakduiven aan het uitsterven zijn is bij Balagan niet te merken. Met Jessie erbij zitten we met welgeteld vier van die misbaksels opgescheept. We zullen het vast niet altijd even makkelijk krijgen, want rooien en valen bin-n donderstralen. Of zoals ze in Leiden zeggen: ‘je ken een kind krijgen met een roodkopere kop dan ken je je de kolere poetsen juh!’ Maar wie weet zijn we na 20 december – National Kick a Ginger Day – een groot deel van dit gajes armer.

Nadat de Limburgers binnen Balagan grotendeels verdreven leken te zijn door Brabanders en onmensen van boven het riool kan er voorzichtig van een comeback worden gesproken met Mirthe als onze nieuwe aanwinst. En als klapper op de vuurpijl heeft er een zeer bijzondere gebeurtenis plaats gevonden. We hebben een Jood! Tja, Sabrina kan bijna niet anders dan voorbestemd zijn. Proost op onze PrèBs!